Dankzij onderstaande boeiende sprekers, was 'Pool tot Pool 2008' wederom een succes.

Dagvoorzitter: Monty Kraayeveld

Dhr. Hauke Flores was 8 maart net terug uit Antarctica en zal ons vertellen over het onderzoek dat hij daar doet..

Sinds 2004 houdt hij zich bezig met het onderzoeken van voedselketens in het Antarctische zeeijs gebied. Grote delen van de zee rond Antarctica bevriezen iedere winter. Ongelofelijk, maar in deze koude ‘woestijn’ bestaat veel leven: pinguïns, walvissen, zeehonden en zeevogels zijn er over het hele jaar aanwezig. Deze dieren vormen het eindpunt van de voedselketen in Antarctica en worden dus ook top predatoren genoemd. Hauke's onderzoek probeert de voedselbronnen van deze top predatoren in kaart te brengen. Algen en dieren die in het zeeijs voorkomen of dicht bij het zeeijs forageren, bijv. inktvissen, vissen en de garnaalachtige krill voormen een belangrijke prooi. Er is dan ook een speciaal net bedacht, om deze prooidieren direct onder het ijs te kunnen verzamelen, het Surface and Under Water Trawl (SUIT, eng.: bovenvlakte- en onder-ijs sleepnet).

Onder het dekbed gekeken: Impressies van het leven onder het Antarctische zeeijs.

Weblog schrapen langs het ijs


Dhr. Dr. Simon R. Troelstra studeerde Geologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij ook promoveerde. Hij is nauw betrokken bij het zeegaand onderzoek van de afdeling, waarbij in de diverse oceanen diepzeekernen worden genomen voor klimaatsonderzoek. Tijdens het International Polar Year is hij coordinator van het programma NORCLIM, dat gaat over de invloed van klimaatsverandering in het arctische gebied op de bewoninggeschiedenis van de laatste 2000 jaar. Deelnemers aan NORCLIM zijn Canada, de USA, Groenland, Denemarken, Noorwegen, IJsland, Rusland, de UK en Nederland.

De invloed van snelle klimaatsveranderingen op de bewoninggeschiedenis van het Arctische gebied.
De oceaancirculatie in het arctische gebied bepaalt voor een groot gedeelte de plaatsen waar menselijke activiteit plaats kan vinden. Kleine veranderingen in deze circulatie hebben grote gevolgen. Tijdens de laatste 2000 jaar zijn er een aantal natuurlijke -dus niet door de mens veroorzaakte- klimaatsschommelingen geweest, zoals de warme Middeleeuwen en de Kleine IJstijd. In het IPY programma NORCLIM werken archeologen en geologen nauw samen om te zien welke effecten deze snelle schommelingen op bv het leven van de vikingen hadden. In 2007 vonden expedities plaats rond Spitsbergen en Newfoundland waarvan de eerste resultaten getoond zullen worden.

Weblog onderzoek Simon Troelstra


Dhr. Dr. Mark Kroon Validatie onderzoeker van het Ozone Monitoring Instrument (OMI), Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Mark Kroon is in 1998 gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op het gebied van faseovergangen in zachte gecondenseerde materie. Daarna was hij werkzaam bij Philips Research Laboratories waar hij op het gebied van optische microlithografie industriële ervaring opdeed. Vanaf januari 2003 is Mark werkzaam binnen het OMI team gehuisvest op het KNMI waar hij de internationale inspanningen coördineert voor de validatie van alle OMI satellietgegevens.

Polair Atmosferisch Samenstellingsonderzoek op het KNMI.
Het polaire milieu en het polaire klimaat zijn zeer gevoelig voor veranderingen in de samenstelling van de aardse atmosfeer. Een opmerkelijke bijdrage aan het monitoren van de polaire atmosferische samenstelling wordt door Nederland geleverd met het Ozone Monitoring Instrument aan boord van de NASA EOS-AURA satelliet, gelanceerd in de zomer van 2004. Het OMI instrument is van Nederlands Finse makelij en werd speciaal ontwikkeld voor onderzoek naar de ozonlaag, naar luchtkwaliteit en naar het klimaat. Onder wetenschappelijke leiding van het KNMI bekijkt men onder meer of de mondiale ozonlaag zich volgens verwachting herstelt en wat de relatie is tussen de ozonlaag en de huidige klimaatsverandering. Andere bijdragen vanuit het KNMI omvatten het voorspellen en de modellering van stratosferisch ozon en de ultraviolette stralingssterkte aan de oppervlakte, en studies van het transport en de chemische en fysische transformatie van luchtverontreinigende stoffen op hun weg van de bevolkte gebieden naar de schone polaire gebieden.

OMI nieuws van het KNMI


Mevr. Dr. Cunera Buijs is antropoloog en sinds 1990 als conservator verbonden aan het Museum Volkenkunde in Leiden. Zij specialiseerde zich in de materiële cultuur van Oost-Groenland en doet sinds 1982 regelmatig onderzoek ter plekke. Zij promoveerde in 2004 aan de universiteit van Leiden op kleding en identiteit in Oost-Groenland. Haar onderzoek is ondergebracht bij het CNWS van de Leidse universiteit. In 2007 werden interviews onder over klimaatverandering gehouden in o.a. Tärnaby in Sápmi (Zuid-Lapland), Tasiilaq in Oost-Groenland en in Yuzhno-Sakhalinsk in Zuidoost-Siberië in verband met de tentoonstelling over dit thema in het museum in Leiden in het kader van het IPY.

Als het ijs smelt, gevolgen voor bewoners van de Noordpool.
Inheemse Arctische volken ontwikkelden door de eeuwen heen een diepgaande kennis, indigenous knowledge, over de natuurlijke omgeving, het weer, en de dierenwereld waar zij afhankelijk van waren. Het begrip sila, het Inuit woord voor weer, buiten, de aarde stamt uit het Inuktitut en houdt verband met een hogere macht die bepalend was voor het weer. Als er een sneeuwstorm woedt, is het weer levensgevaarlijk en kan er niet gejaagd en gevist worden en trekken Sami en Nenets er niet op uit met hun rendieren. Veranderingen doen zich nu versneld voor in het Arctische ecosysteem. Het weer lijkt onvoorspelbaar geworden, de migratieroutes van dieren veranderen, de boomgrens trekt op naar het noorden, de toendra krimpt en de Sámi zien minder plaats voor hun groeiende rendierkuddes. In traditionele jachtgebieden worden minder zeehonden gevangen, terwijl nieuwe diersoorten gesignaleerd worden en de kabeljauw in sommige kustgebieden ?terugkomt?. Rendierkuddes van de Sámi hebben door de wisselende weeromstandigheden in de winter steeds vaker te maken met verrijzing, met voedselproblemen als gevolg. Welke veranderingen signaleren zij, wat betekenen die veranderingen voor het dagelijks leven, welke nieuwe mogelijkheden en uitdagingen zien Inuit en Siberische volken en met welke problemen worden zij geconfronteerd? De lezing biedt tevens een introductie op de tentoonstelling ?Als het ijs smelt?.

Volkenkunde - Als het ijs smelt


Dhr. Drs. Jack Kauw verving Dhr. Dr. Jeroen Reneerkens Jack Kauw studeerde in 1996 af aan de faculteit Scheikunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt nu als docent Scheikunde. Tijdens zomervakantie in Spitsbergen bezocht hij het voormalige Nederlandse Barentsburg en ontstond de interesse om dit stukje vaderlandse geschiedenis te bestuderen. Een bezoek aan het verlaten Rijpsburg volgde een jaar later. De bevindingen daarvan zijn voor het eerst gepresenteerd op het laatste Arctisch Weekend. Sindsdien is hij er elk jaar weer geweest, alleen en samen met zijn leerlingen. Met nieuwe resultaten heeft hij nu een nog completer verhaal.

Rijpsburg, een kleine nederlandse mijn op Spitsbergen.