Dit waren de sprekers van 'Pool tot Pool 2007'.

Dagvoorzitter: Dhr Cees D. van Duyn

Dhr. drs Edwin Okhuizen is een academisch geschoold historicus gespecialiseerd in de geschiedenis van het Noordpoolgebied; met name in de geografische ontdekkingsgeschiedenis en de studie van oude kaarten als historische bron hiervoor. Over deze en aanverwante onderwerpen publiceert hij regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften en verzorgt lezingen voor wetenschappelijke conferenties (meest recentelijk: voor een door de Russische Academie van Wetenschappen georganiseerd internationaal congres in Barentsburg, Spitsbergen, in de zomer van 2006).

Het gebruik van oude kaarten als historische bron voor een eventuele Russische ontdekking van Spitsbergen
Dat Spitsbergen in 1596 door de Nederlandse zeeman Willem Barentsz. is ontdekt is min of meer algemeen bekend in Nederland, en zal dit zeker zijn bij de aanwezigen op de Pooldag. Wat echter maar weinig Nederlanders weten, poolliefhebbers incluis, is dat de Nederlandse prioriteit in de ontdekking van Spitsbergen al meer dan honderd jaar wordt betwist door Russische wetenschappers. Deze Russische wetenschappers stellen dat zeelieden uit Noord-Rusland (zogeheten Pomors) Spitsbergen eerder hebben ontdekt dan Willem Barentsz.: de "Pomor-these". Deze "Pomor-these" is nog altijd onderwerp van debat voor historici en archeologen, hoewel Nederlandse wetenschappers zich opmerkelijk afzijdig hebben gehouden. Tot dusverre heeft de studie van schriftelijke bronnen en archeologische onderzoek geen uitsluitsel gegeven over het bestaansrecht van de "Pomor-these". Sommige Russische wetenschappers hebben daarom incidenteel ook oude Nederlandse kaarten van de huidige Spitsbergen regio, gemaakt eerder dan 1596, gebruikt ter ondersteuning van de "Pomor-these". Als kaarthistoricus van het Noordpoolgebied was dit reden om mij, zo ongeveer als eerste Nederlander naar ik meen, in boven genoemd debat te mengen. Het zijn deze en andere oude Nederlandse zee- en landkaarten die ik daarom recentelijk heb onderzocht op vroege (Russische) kennis van Spitsbergen, en waarvan ik verslag zal doen in mijn lezing op de 'Pool tot Pool'-dag.


Dhr. Dr. Ad H.L. Huiskes plantenecoloog, Unit for Polar Ecology, Nederlands Instituut voor Ecologie, Yerseke.
Ad Huiskes promoveerde in 1977 aan de Universiteit van Wales op de populatiebiologie van Helm (gras). Hij kwam in 1978 in dienst van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Vanaf 1989 houdt hij zich bezig met ecologisch onderzoek in de Poolstreken, voornamelijk naar de effecten van klimaatverandering en toegenomen ultraviolet licht op ecosystemen op het land. Sinds 2001 is hij hoofd van de Unit for Polar Ecology van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Ad Huiskes is voorzitter van de Nederlandse SCAR commissie (Scientific Committee on Antarctic Research, een ICSU organisatie), Nederlands vertegenwoordiger bij SCAR en Chief Officer van de Standing Scientific Group on Life Sciences van SCAR, tevens is hij co-voorzitter van IPY Nederland.

Aliens in Antarctica.
Hoewel het meest geïsoleerde werelddeel, hebben zich niet-inheemse organismen in het Antarctische en sub-Antarctische gebied gevestigd zoogdieren (bijvoorbeeld katten, konijnen, rendieren, ratten) en hogere plantensoorten (bijvoorbeeld paardenbloem (Taraxacum spp.), straatgras (Poa annua) en kruipend struisgras (Agrostis stolonifera)). Studies richtten zich tot op heden voornamelijk op de ecologische effecten van die soorten die zich, met name in de sub-Antarctische regio, met succes gevestigd hebben. Op een enkele voorlopige studie na, is tot op heden niets bekend over de omvang van de hoeveelheid verspreidingseenheden van organismen (sporen, eieren, zaden, complete invertebraten) die onbedoeld het Antarctische gebied worden binnengebracht. In het zomerseizoen 2007/2008 start een internationale studie naar de omvang en verscheidenheid van verspreidingseenheden die het Antarctische gebied worden binnengebracht via de kleding, het schoeisel en de “carry-on” bagage van bezoekers van het gebied (zowel toeristen als personen verbonden met onderzoekprogramma’s), vracht en vers voedsel.


Dhr. Kees Dekkerwerkte 35 jaar bij het KNMI als meteoroloog in verschillende functies. Als hoofd van de Maritiem Meteorologische Dienst van het KNMI was hij in de negentiger jaren verantwoordelijk voor het functioneren van de Wind-en Stormwaarschuwingsdienst (WSWD) welke in 1864 was opgericht door Buys Ballot. Geïnteresseerd in de persoon van Buys Ballot en de vroege ontstaansgeschiedenis van het KNMI, heeft hij in het jubileumjaar van het KNMI (2004, 150 jarig bestaan) daar verschillende lezingen over gegeven. Ook bij de uitgifte van een speciale postzegel ter gelegenheid van dit jubileum heeft hij de geschiedenis van het KNMI aan de hand van postzegels kunnen vertellen. Filatelie, en in het bijzonder het verzamelen van het thema “meteorologie op postzegels” is één van zijn liefhebberijen. Doordat dit op het KNMI bekend is, kreeg hij het afgelopen jaar de beschikking over een doos met veel brieven en briefkaarten uit 1882 en 1883 over de geldinzamelingen die Buys Ballot heeft moeten houden om een Nederlandse deelname aan het Eerste Internationale Pooljaar mogelijk te maken. Bestudering van dit unieke materiaal leverde veel nieuwe informatie op over de Nederlandse deelname aan dit eerste pooljaar en over de persoon van Buys Ballot.

De Nederlandse Poolexpeditie van 1882/1883, het “complete” verhaal.
Over deze poolexpeditie is door de expeditieleider Dr. Maurits Snellen in 1886 een boek geschreven. Dit ook nu nog zeer lezenswaardige boek beschrijft de aanloop tot het Eerste Internationale Pooljaar en de grote rol die Buys Ballot, de toenmalig hoofddirecteur van het KNMI zowel nationaal als internationaal hierin heeft gespeeld. Op een boeiende wijze wordt verslag gedaan van de Nederlandse expeditie vanaf het vertrek op 5 juli 1882 uit Amsterdam tot de terugkeer eind september 1883, waarbij op de terugreis het Buys Ballot eiland wordt ontdekt. Gedurende deze hele periode was Snellen onwetend over wat zich in Nederland rond deze expeditie heeft afgespeeld. In de biografie van Buys Ballot (Van Everdingen 1943) wordt aan het Eerste Internationale Pooljaar en de Nederlandse avonturen daaraan slechts een paar bladzijden gewijd. Bestudering van de ongeveer 600 brieven en briefkaarten heeft veel nieuwe tot nu toe onbekende informatie opgeleverd. Bovendien kan door deze brieven een beeld gevormd worden over de grote populariteit en bekendheid die zowel Buys Ballot als de Nederlandse expeditie moeten hebben gehad.


Dhr. Dr. Michiel R. van den Broekeis meteoroloog en senior docent-onderzoeker bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU), een onderzoeksinstituut van de Universiteit Utrecht waar ongeveer 60 onderzoekers het klimaatsysteem bestuderen. Hij verzorgt bachelor en mastercollege's bij de Universiteit Utrecht en het University College Utrecht op het gebied van inleidende meteorologie, polaire meteorologie, atmosferische grenslagen en dynamica van de atmosfeer. Hij werkte enkele jaren in Oslo bij het Norsk Polarinstitutt, maar is sinds 2000 terug bij de Universiteit Utrecht. Hij is lid van de nederlandse SCAR commissie, actief binnen het IPY (2007-08) en editor van verschillende wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van de glaciologie. Voor zijn onderzoek deed hij experimenteel veldwerk in de Alpen, Spitsbergen, Groenland en Antarctica.

Groenland, Antarctica en zeespiegelstijging.
De ijskappen van Groenland en Antarctica bevatten genoeg ijs om wereldwijd de zeespiegel met 70 m te laten stijgen. Lang werd aangenomen dat deze enorme ijsmassa's te groot zijn om snel op klimaatverandering te reageren, maar recente waarnemingen hebben aan het licht gebracht dat de Antarctische en Groenlandse ijskappen zeer dynamisch zijn en nu al bijdragen aan wereldwijde zeespiegelstijging. De waargenomen zeespiegelstijging lijkt zelfs te versnellen, hetgeen ook wordt toegeschreven aan de snel veranderende massahuishouding van de grote ijskappen. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van het klimaat van de grote ijskappen, hoe dat in het recente verleden is veranderd en in welke mate dat invloed heeft op de zeespiegel, volgens de meest recente inzichten.


Mevr. drs. Suzanne Lubbe mmv. Dhr. Dr. Maarten J.J.E. Loonen Suzanne Lubbe is afgestudeerd dierecologe aan de Universiteit Leiden. Tijdens haar opleiding heeft zij zich gespecialiseerd in vogelecologie. In 2004 heeft zij voor haar doctoraalstage onderzoek gedaan naar het dieet van brandganskuikens op Spitsbergen. De gehele zomer was ze pleegmoeder voor haar studieobjecten. Dit onderzoek vond plaats in het kader van het Europese project naar het effect van begrazing door ganzen op de toendra en werd begeleid door Dr. Maarten Loonen van het Arctisch Centrum Groningen.

Met ganzenogen kijken naar de Noordpool.
De mate van vertering van planten door herbivoren is nauw gerelateerd aan de lengte van het spijsverteringsorgaan van het dier. Hoe kleiner het dier, hoe meer het afhankelijk is van hoge kwaliteit voedsel. Deze beperking heeft grote consequenties voor kleine herbivoren i.v.m. hun dieetselectie. Op Spitsbergen komen brandganskuiken in juli uit het ei gekropen en wegen dan circa 65 gram. Niet alleen hebben zij te maken met de beperkingen van de geringe lengte van hun verteringssysteem; ze staan tevens onder tijdsdruk om op tijd klaar te zijn voor de trek naar het zuiden. Na circa 6 weken hebben de kuikens een compleet verenpak en zijn even groot als de oudervogels. Deze snelle veranderingen kunnen alleen bereikt worden als de dieren de meest voedzame en makkelijkst verteerbare planten uit het aanbod selecteren. Deze lezing geeft een kijkje in de keuken van het onderzoek naar foerageergedrag van jonge en volwassen brandganzen op Spitsbergen.