De 9e editie van 'Pool tot Pool' vond 14 maart 2015 plaats.

Dit was het programma:

10.00 zaal open

10.30 opening door dagvoorzitter Anneke de Leeuw

10.45 - 11.30

Lisette Kootker - Isotooponderzoek aan de botten van 17e eeuwse Nederlandse walvisvaarders.

Sinds 2008 is Lisette Kootker werkzaam bij de Vrije Universiteit als onderzoeker en promovendus. De afgelopen jaren heeft zij zich gericht op de implementatie van bio-archeologisch onderzoek, zoals isotopenonderzoek, in de Nederlandse (commerciële) archeologie. Samen met een collega van het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek zette zij in 2011 ‘Skeletloket’ op: een intensieve samenwerking tussen beide partijen die zich richt op het uitvoeren en integreren van archeologisch DNA- en isotopenonderzoek.

Lisette Kootker

In de zomer van 2012 is Lisette als begeleidster mee geweest met de studiereis van het St. Michael College in Zaandam. Ze heeft daarna drie scholieren begeleid met hun profielwerkstuk getiteld: Een Arctic Cold-Case: Dieetreconstructie van de 17e eeuwse walvisvaarders door middel van koolstof- en stikstofisotopenonderzoek aan opgegraven botten. Een project wat uiteindelijk zelfs door de KNAW als één van de 6 beste werkstukken van 2013 werd geselecteerd.
In haar presentatie zal het principe achter het isotopenonderzoek worden uitgelegd (zijn we echt wat we eten?) en worden de resultaten besproken van het onderzoek aan de botten van 17e eeuwse Nederlandse walvisvaarders van Smeerenburg en Zeeuwsche Uitkijk op Spitsbergen.


12.00 - 12.45

Het ozongat boven de Zuidpool. Twintig jaar geleden was iedereen er mee bezig, nu hoor je er slechts bij vlagen iets over. Hoe is het toch gesteld met dat ozongat?

In dit verhaal wordt u meegenomen in een historisch overzicht hoe de kennis over de ozonlaag en het ozongat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Van de eerste studies in de jaren 1930 over hoe de ozonlaag zich vormt, de ontdekking van mogelijke kwalijke gevolgen van industrieel geproduceerde ozonafbrekende stoffen (drijfgassen voor spuitbussen, piepschuim en airconditioning) in de jaren 1970 en de eerste beleidsmatige verkenningen via de ontdekking van het ozongat boven Antarctica in de jaren 1980, de snelle wereldwijde afspraken over terugdringen van ozonafbrekende stoffen niet veel later, de nobelprijs voor chemie in de jaren 1990, de snelle opkomst en grote bloei van satellietwaarnemingen vanaf 2000, de wetenschappelijke discussies over eerste indicaties van mogelijk herstel van de ozonlaag tot aan de stand van de ozon-wetenschap anno 2015. Aan het eind van de rit moet dan enigszins duidelijk zijn waarom, ondanks dat het ozongat nog altijd elk jaar ontstaat boven de Zuidpool, het toch de goede kant op gaat. Nieuwe uitdagingen bieden zich aan: de gevolgen voor de ozonlaag van de toename van CO2 in de atmosfeer en meer algemeen de relatie tussen veranderingen in de ozonlaag en klimaatverandering.

Zowel Dr. Jos de Laat als Dr. Michiel van Weele genoten hun opleiding begin jaren 1990 in de meteorologie en oceanografie aan de universiteit Utrecht. Dr. van Weele promoveerde in 1996 op het onderwerp UV straling en wolken, Dr. de Laat promoveerde in 2000 op het onderwerp luchtverontreiniging boven de Indische Oceaan. Sindsdien zijn ze betrokken geraakt bij onderzoek naar de ozonlaag, het ozongat en het gebruik van satellietwaarnemingen.

KNMI ozon

Volgens Dr. Jos de Laat en Dr. Michiel van Weele van het KNMI gaat het langzaamaan de goede kant op met dat ozongat boven de Zuidpool, ondanks dat het zich nog altijd elk jaar vormt.

 
Dr. van Weele is momenteel werkzaam bij de vakgroep weer- en klimaatmodellen van het KNMI maar heeft ook gewerkt aan satellietwaarnemingen van de atmosfeersamenstelling. Zijn interesse ligt o.a. in het belang - en de risico’s - van de (ultraviolette)zonnestraling in de atmosfeer. Hij is al jaren nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Europese Copernicus ruimtevaartprogramma om tot de juiste (satelliet)waarnemingen te komen voor het operationeel bemeten (‘monitoren’) van ozonlaag, luchtkwaliteit en klimaat In recent onderzoek heeft hij o.a. gekeken naar de gevolgen van veranderingen in de ozonlaag door de grote uitbarsting van de vulkaan ‘Pinatubo’ op de Fillipijnen in juni 1991.

Dr. de Laat is momenteel werkzaam bij de vakgroep satellietwaarnemingen van het KNMI, en actief op het gebied van satellietwaarnemingen van atmosfeersamenstelling. Zijn aandachtsgebieden zijn divers en beslaat onder andere – maar zeker niet alleen – luchtkwaliteit, transport van luchtverontreiniging en stof, roet en vulkaanas, wolken & luchtvaart, de ozonlaag en het ozongat. Hij schreef in 2014 mee aan het vierjaarlijkse rapportage van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en wordt binnenkort (hopelijk) lid van de wetenschappelijke adviesraad over ozon van diezelfde WMO.

KNMI - Ozongat door de jaren heen


12.45 - 13.45 Lunchpauze met foto's van Arjan Bronkhorst.


13.45 - 14.30

Bernd Andeweg

Dr. Bernd Andeweg is docent aardwetenschappen aan de VU in Amsterdam en hij was afgelopen zomer mee met de expeditie naar Jan Mayen.

Jan Mayen: een enzame vulkaan.

In de zomer van 2014 vertrok marineschip de “Zeeland” voor een bijzonder expeditie naar Jan Mayen. Het was precies 400 jaar geleden dat Jan Mayen in de Noordelijke Atlantische Oceaan door Jan May werd ontdekt. Aan boord, naast mariniers en marine-personeel, een bonte verzameling wetenschappers. Van mariene biologen, mos-experts, sonar-deskundigen tot archeologen, ecologen en een aardrijkskundedocent. Ook was er plaats voor aardwetenschapper Bernd Andeweg, die probeerde zoveel mogelijk gegevens en monsters voor uiteenlopend aardwetenschappelijk onderzoek te verzamelen tijdens vijf dagen op dit jonge vulkanische eiland dat wordt gedomineerd door de 2277m hoge vergletsjerde Beerenberg. Met een basiskamp aan de voet van deze indrukwekkende vulkaan, lukte het metingen te doen van kwikuitstoot van actieve fumarolen, de orientatie van breuken langs de zuidrand van de vulkaan te meten en uiteraard vulkanische gesteenten te monsteren om daar allerhande geochemische analyses op los te laten op de VU. Ook ging hij op zoek naar locaties waar sediment zich verzamelt of verzameld heeft om daar kleine kernen van mee te nemen die geanalyseerd kunnen worden op stuifmeelinhoud en nam hij schelpen mee voor klimaatonderzoek. Ondertussen genoot hij van het ongerepte landschap, de vogels, het jonge vulkanische eiland en kwam hij er achter dat die breuk langs de zuidrand van de Beerenberg vlak achter zijn tentje nog onlangs actief moet zijn geweest…

Bernd is voorzitter van Aarde.Nu, het samenwerkingsverband tussen de aardwetenschappelijke opleidingen in Nederland en organiseerde de daarbij horende excursies voor de winnaars naar onder andere IJsland en Groenland.

Jan Mayen expeditie

Aarde.nu


14.50 - 15.35

Neerlandicus drs. Hans Beelen is werkzaam aan het Institut für Niederlandistik van de Carl von Ossietzky universität Oldenburg (Duitsland). Hij is columnist van het tijdschrift Onze Taal en voorzitter van het docentenplatform van de universitaire Neerlandistiek in de Duitstalige landen. Zijn bijzondere belangstelling geldt de historische walvisvaart, die hij bestudeert vanuit een literair-taalkundig perspectief. Over de geschiedenis van de walvisvaart heeft hij een tentoonstelling samengesteld onder de titel Große fette Wale, die in Duitsland op verschillende plaatsen te zien is geweest. Hij heeft gepubliceerd over o.m. de oudste Nederlandstalige versie van Moby Dick en heeft samen met Nicoline van der Sijs en Ingrid Biesheuvel een heruitgave verzorgd van het vermakelijke nautisch woordenboek Seeman van Wigardus à Winschooten (1681). Samen met Louwrens Hacquebord werkt hij aan een heruitgave van Frederik Martens’ Spitsbergse reisbeschrijving. Daarnaast houdt hij zich bezig met digitale tekstedities: als projectleider van de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal heeft hij de heruitgave gecoördineerd van een onlangs voltooide 20-delige reeks walvisvaartteksten uit de 16de-19de eeuw. In zijn lezing zal hij verslag uitbrengen van de verrassende ontdekkingen die tijdens het werken aan dit project zijn gedaan. Daarbij zal hij met name ingaan op de curieuze Nederlandstalige drukken van Martens’ Spitsbergse reisbeschrijving, op het oeuvre van de tot dusver onbekende mysterieuze  auteur P.P.V.S., en met name op de verrassende manier waarop Cornelis Zorgdrager in zijn 18de-eeuwse standaardwerk over de Nederlandse walvisvaart van deze bronnen gebruik heeft gemaakt.

Zorgdrager


16.00 - 16.45

Dr. Ko de Korte is gepensioneerd bioloog en pionier binnen het pooltoerisme. Hij nam deel aan het eerste officiële Nederlandse ijsbeeronderzoek op Edgeøya (Spitsbergen); daarvoor verbleef een groep van vier Nederlanders tussen 1968 en 1969, 14 maanden op dat eiland. Vanaf die overwintering staat het leven van Ko de Korte in het teken van poolgebieden. Hij promoveerde op onderzoek in Oost-Groenland en organiseert sinds jaar en dag reizen naar noord- en zuidpoolgebieden. Hij is een van de deelnemers van de Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen in augustus van dit jaar.
Ko zal tijdens PooltotPool vertellen hoe hun verblijf en ijsbeeronderzoek verliep tijdens die bewuste overwintering in 1968.

Nederlandse Spitsbergen Expeditie 1968/69

Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen



Waar: Museum Volkenkunde te Leiden.

Wanneer: 14 maart 2015, aanvang 10.00 uur, einde: 17.00 uur

Museum Volkenkunde

Museum Volkenkunde
Steenstraat 1
Postbus 212
2300 AE LEIDEN

Openbaar vervoer

Het museum (Steenstraat 1) ligt op vijf minuten loopafstand van het NS-station Leiden Centraal.

Auto

vanuit Den Haag/Amsterdam A44

- afrit 8 Leiden, richting Leiden Centrum, Plesmanlaan, Morssingel, rechts parkeerterrein Morssingel.
 
- afrit 8 Leiden, richting Leiden Centrum, Plesmanlaan, Morssingel, rechts Morsweg, over het spoor links, links Haagwegparkeerterrein (een gratis pendelbus brengt u naar het museum).

vanuit Den Haag/Amsterdam A4

- afrit 7 Zoeterwoude-Dorp/Leiden, richting Leiden Europaweg (N206), links Voorschoterweg, rechts Churchillaan, rechts Haagweg, over het spoor, rechts Haagwegparkeerterrein (een gratis pendelbus brengt u naar het museum).

- afrit 7 Zoeterwoude-Dorp/Leiden, richting Leiden Europaweg (N206), links Voorschoterweg, rechts Churchillaan, rechts Haagweg, voor het spoor links, rechts over het spoor, Morsweg, links Morssingel, links parkeerterrein Morssingel.

Parkeren

Parkeren (betaald, met chipknip) is mogelijk op een aantal nabijgelegen parkeerplaatsen (zie routebeschrijving).

Toegankelijkheid voor mindervaliden

Alle tentoonstellingszalen zijn voor rolstoelgebruikers goed toegankelijk.